De 5 oorzaken van psychische problemen bij voetbaltalenten

Uit steeds meer onderzoek en persoonlijke verhalen van (voormalig) voetbaltalenten blijkt dat het welbevinden van een behoorlijk aantal jeugdspelers in het topvoetbal geschaad wordt. In plaats van talent te ontwikkelen, wordt hun talent vroegtijdig in de kiem gesmoord omdat ze het mentaal niet kunnen bolwerken. Deze jeugdvoetballers bezwijken bijvoorbeeld onder de prestatiedruk, raken in conflict met trainers of worden sociaal buitengesloten door teamgenoten. De vraag is hoe groot het probleem is en hoe dat komt?

Psychische problemen bij voetbaltalenten

Uit onderzoek van de internationale voetbalvakbond FifPro onder profvoetballers uit 2015 is gebleken dat één op de drie profvoetballers last heeft van gevoelens van angst en depressie. De vraag is hoe zich dat verhoudt onder jeugdspelers bij Betaald Voetbalorganisaties (BVO’s), aangezien kinderen nog niet de mentale weerbaarheid hebben van volwassen profspelers.

Er is geen eenduidig antwoord op te geven, omdat de cijfers simpelweg ontbreken. Maar in onze coachingspraktijk melden zich in ieder geval jeugdspelers aan die kampen met mentale, emotionele en sociale problemen. Deze verergeren vaak na verloop van tijd omdat veel spelers, uit angst om voor ‘zwak’ of ‘soft’ aangezien te worden, niet met hun problemen naar buiten durven te treden. Dit komt voorin de leeftijdsgroepen O-13 t/m O-21, waarbij spelers midden in hun pubertijd of adolescentiefase zitten en bij hun clubs steeds meer op ‘mentale hardheid’ worden beoordeeld.

Het gevolg hiervan kan zijn dat de stress naar een kookpunt stijgt, het plezier naar een nulpunt daalt en ze op het veld steeds meer onder hun niveau gaan presteren. Dan bezwijken ze beetje bij beetje onder de constante prestatiedruk. In veel gevallen raken ze in conflict met trainers, medespelers en zichzelf. Of ze raken sociaal geïsoleerd en zonderen zich af. In ieder geval zal hun ontwikkeling stagneren, met als uiteindelijk gevolg dat ze de club aan het einde van het seizoen moeten verlaten.  

Nadat de droom van een profcarrière in duigen is gevallen, hoeven de problemen niet te stoppen. Sommige afgewezen talenten vallen in een diep gat en raken depressief. Anderen krijgen te maken met een angststoornis of voelen zich totaal uitgeput zonder daarvoor een duidelijke verklaring te hebben. Dit heeft ook een negatieve invloed op de schoolprestaties en hun dagelijks functioneren, waardoor de ervaring van een ‘zwart gat’ versterkt wordt. Ook zien we sommige uitvallers het verkeerde pad kiezen, zoals criminaliteit of drugsgebruik. Kortom, een aantal talenten die afvallen bij profclubs komen in een negatieve spiraal terecht waar ze op eigen kracht moeilijk uit kunnen komen. En dat vraagt om aandacht!

De 5 oorzaken van het probleem

Om aandacht te kunnen geven is het van belang om de oorzaken van het probleem beter te doorgronden. Er zijn in mijn ogen vijf oorzaken aan te wijzen waarom voetbaltalenten psychische, emotionele en/of sociale problemen kunnen krijgen:

1) Onvoldoende mentale begeleiding door clubs

In de eerste plaats hebben clubs in het topvoetbal, over het algemeen, onvoldoende aandacht voor de mentale begeleiding van talenten tijdens hun voetbalopleiding. Jeugdtrainers worden daartoe nauwelijks opgeleid en clubs hebben weinig tot geen professionele begeleiders in dienst die over de benodigde kennis en expertise beschikken. In enkele gevallen stelt de club een topsportbegeleider of ‘performance coach’ aan die een aantal uur per week op de club aanwezig is om jongens mentaal te begeleiden. Soms hebben deze mensen een (sport)psychologische en/of pedagogische achtergrond, maar meestal hebben ze een andere studieachtergrond zoals bewegingswetenschappen of sportmanagement. Het gevolg is dat er over de hele linie te weinig kennis en kunde binnen de club aanwezig is om talenten optimaal te ondersteunen.

Bijkomend probleem is dat deze begeleiders niet onafhankelijk zijn en met de jeugdtrainers overleg voeren over de talenten die ze begeleiden. Hierdoor laten jeugdspelers vaak niet het achterste van hun tong zien tijdens de gesprekken met topsportbegeleider. Ze zijn namelijk bang dat de jeugdtrainer inzicht krijgt in hun mentale gesteldheid en vaardigheden en dat dit wordt meegenomen in hun eindbeoordeling.

Een ander probleem is het gebrek aan nazorg voor talenten die uitvallen en uitstromen bij een jeugdopleiding.  Talenten die de jeugdopleiding moeten verlaten, worden niet tot nauwelijks voor hun bewezen diensten bedankt of na een aantal maanden nog eens gebeld om te vragen hoe het met ze gaat. Binnen de jeugdopleidingen ligt de focus hoofdzakelijk op de toptalenten die het redden en niet op de afvallers. Of zoals in de documentaire de Talentenfabriek van Fox Sports (2018) door een jeugdtrainer verwoord werd: “ze dienen louter als opvulling voor dat ene toptalent”.

2) Onvoldoende mentale competenties bij talenten

Als gevolg van een gebrek aan mentale begeleiding vanuit de club beschikken veel talenten over onvoldoende mentale, emotionele en sociale vaardigheden om zich in het harde prestatieklimaat staande te houden. Het ontbreekt jeugdspelers vaak aan weerbaarheid en veerkracht, waardoor tegenvallende individuele prestaties afbreuk kunnen doen aan de eigenwaarde. Hun dagelijkse stressniveau gaat omhoog en dit kan op langer termijn leiden tot disfunctioneel gedrag. Als de stress voor een lange periode aanhoudt en op een bepaald moment chronisch wordt, kunnen bij het jonge talent de eerder geschetste psychische problemen zoals depressie, angststoornis en burn-out ontstaan.

3) Onvoldoende emotionele ondersteuning door ouders

Ouders van topsportende kinderen, die zelf geen ervaring hebben met het bedrijven van topsport, weten vaak niet hoe ze hun kind op mentaal en sociaal-emotioneel vlak het beste kunnen begeleiden. Door een gebrek aan kennis kunnen ouders onbewust op de verkeerde momenten de verkeerde dingen zeggen of doen, wat de eerder benoemde negatieve emoties bij het kind kan versterken. In plaats van dat de ouders een positieve rol spelen in de begeleiding bereiken ze onbewust en onbedoeld precies het tegenovergestelde.

In extreme gevallen spelen ouders zelfs een zeer kwalijke rol in het geheel. Denk bijvoorbeeld aan de veeleisende vader die schreeuwend langs de zijlijn staat en continu kritiek op het presteren van zijn kind of de trainer/club heeft. Dit gedrag kan vaak voortduren, omdat de vader niet bewust wordt gemaakt van de consequenties van zijn gedrag.

Voor ouders is weinig informatie beschikbaar hoe ze hun topsportende kind op mentaal en sociaal-emotioneel vlak kunnen begeleiden. Maar ook voor henzelf is er geen hulp. Het ‘overkomt’ ze zogezegd. Hoe moet je als vader en/of moeder omgaan met de verwachtingen en eisen die er dagelijks vanuit de club op je kind worden afgevuurd? Hoe organiseer je het gezinsleven rondom het traingins- en wedstrijdschema van de club? Allemaal vragen die elk gezin moet beantwoorden.

 Veel clubs organiseren wel een of twee keer per seizoen een ouderavond voor hun jeugdteams, maar tijdens deze avonden gaat het meestal over de levensstijl van de kinderen, zoals het eet-en slaapgedrag van hun sportende kind en dat de ouders dat ‘moeten’ stimuleren. Sociaal-emotionele ondersteuning en motiverende begeleiding blijven daarentegen vaak onderbelicht.

4) Onvoldoende afstemming in de sporttriade

In de driehoek van jeugdspelers, ouders en jeugdtrainers (de zogenoemde sporttriade) vindt er in de praktijk op het vlak van de mentale en sociaal-emotionele begeleiding niet tot nauwelijks afstemming plaats. De club en jeugdtrainers werpen voor de ouders zelfs vaak bewust verschillende drempels op om eventuele ouderlijke inmenging tot een minimum te beperken.

Tot een bepaalde hoogte is een zekere afstand tussen trainer en ouder, net als de afstand tussen de docent en ouder, absoluut aan te raden. Een scheiding tussen het trainingsveld en het thuisfront kan bijdragen aan een bredere ontwikkeling van het kind. Maar in geval van psychische of sociaal-emotionele problematiek, is het cruciaal dat er communicatie en coördinatie tussen ouders en trainer. Anders kan het schadelijk zijn voor het kind. Een ouder weet namelijk dingen over zijn of haar kind wat een jeugdtrainer niet weet en vice versa. Doordat beide partijen van deze informatie verstoken blijven, kunnen ze het kind niet optimaal begeleiden. Bovendien zorgt dit ervoor dat zowel de trainers als de ouders hierdoor hun eigen interpretaties zullen hanteren, die vervolgens voor een verkeerd beeld van het kind en zijn situatie kunnen zorgen. Met alle gevolgen van dien.

Het gaat dus niet zozeer om het helemaal niet met elkaar communiceren (ouders buiten de deur houden), maar om de vorm en inhoud van deze communicatie, alsmede om wanneer er gecommuniceerd wordt en via welke manier of met welk medium.

5) Onvoldoende taboedoorbreking op gevoelens en emoties in het voetbal

Tot slot heerst er in de voetbalwereld over het algemeen een taboe op de ‘zachte’ kant van de voetballer, oftewel: op zijn emoties, gevoelens en kwetsbaarheid van de speler. De norm is dat een voetballer ‘hard’ en ‘mannelijk’ hoort te zijn. Teleurstellingen en tegenslag maken je sterker en niet zwakker en doen ze dat wel dan ben je ‘te soft’ en ongeschikt voor een carrière als profvoetballer. In deze cultuur is nauwelijks tot geen ruimte voor jonge spelers die worstelen met hun onzekerheden en angsten. Jeugdtrainers hebben er over het algemeen weinig interesse in, omdat ze de noodzaak er niet van (willen) inzien. Ze beschouwen het als de verantwoordelijkheid van de ouders en de speler zelf en niet als een wezenlijk onderdeel van hun trainerschap.

In topsport zijn vaardigheden en eigenschappen als doorzettingsvermogen, mentale weerbaarheid en veerkracht essentieel om tot succes te komen, maar hoe daartoe te komen is een lang proces van vallen, opstaan en bovenal van een goede begeleiding. Voor de één meer dan voor de ander, maar ieder talent heeft zo nu en dan een helpende hand of luisterend oor nodig. Als het taboe niet doorbroken wordt, zal de noodzakelijke vorm van begeleiding onvoldoende blijven en de kansen van veel beloftevolle jeugdspelers om profvoetballer te worden al bij voorbaat in de kiem worden gesmoord. Om nog maar te zwijgen van de mogelijke schadelijke gevolgen die een gebrek aan adequate sociaal-emotionele begeleiding voor sommige spelers op de langere termijn kan hebben.

Noodzaak tot verandering

Om het welbevinden van kinderen in het jeugdvoetbal beter te borgen is het noodzakelijk dat er meer openheid en aandacht voor mentale, sociale en emotionele problemen binnen het voetbal komt. Het taboe moet worden doorbroken. Maar de voetbalwereld is oer-conservatief. Oude voetbalwijsheden regeren en mensen die verandering willen brengen lopen vaak tegen een muur op. Vanaf de zijlijn kijken ouders machteloos toe. Niemand wil als de lastige vader of moeder0 te boek staan. Bovendien zou dat wel eens consequenties voor je kind kunnen hebben. Welke ouder wil dat op zijn geweten hebben? En zo blijft het probleem in stand. Van generatie op generatie. Wie weet de vicieuze cirkel te doorbreken?

 

Tim Choy (www.soul2goal.com)

Copyright © 2020 Mind your football | Powered by Maradata

Scroll naar top